Sinds 1974 wordt aan vrijwel alle pasgeboren baby’s in Nederland een hielprik gegeven. Hierbij wordt wat bloed afgenomen om onderzoek te doen naar een aantal stofwisselingsziekten die de ontwikkeling van een kind ernstig kunnen schaden. Om zo vroeg mogelijk te weten of een kind goed hoort, wordt tijdens hetzelfde bezoek een gehoortest afgenomen
Hielprik
Vlak na de geboorte komt een uitvoerende op bezoek om de zogenaamde hielprik bij je pasgeboren kindje af te nemen. Als jouw kindje nog in het ziekenhuis ligt, wordt de hielprik daar gegeven. Er worden enkele druppels bloed afgenomen die worden onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde aangeboren stofwisselingsziekten. Het gaat om de volgende ziekten:
PKU (phenylketonurie):
dit is een erfelijke stoornis in de stofwisseling. PKU komt voor bij
1 op de 18.000 kinderen.
CHT (congenitale hypothyreoïdie):
hierbij werkt de schildklier onvoldoende. CHT komt voor bij
1 op de ruim 3.000 kinderen.
AGS (adrenogenitaal syndroom):
dit is een ziekte van de bijnier die leidt tot verstoring van de hormoonproductie. AGS komt voor bij 1 op de 12.000 kinderen.
Sikkelcelbloedziekte:
hier wordt onderzocht of uw kindje drager is van deze ziekte.
Daarnaast worden nog 13 andere stofwisselingsziekten onderzocht.
Snelle opsporing van deze ziekten is van groot belang om schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kindje te voorkomen of te beperken. De ziekten zijn bij vroege ontdekking goed te behandelen, bijvoorbeeld met een dieet (PKU) of medicijnen (CHT en AGS). Meer informatie hierover lees je op de website van het RIVM.
Het onderzoek en de uitslag
Het bloed dat bij je kindje is afgenomen wordt in een laboratorium onderzocht. Als de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig blijkt voor het onderzoek, wordt de hielprik overgedaan. Als je geen bericht over de uitslag ontvangt, kun je ervan uitgaan dat de uitslag goed is.
Soms kan de uitslag niet meteen met zekerheid worden vastgesteld. In dat geval wordt een tweede hielprik afgenomen, meestal binnen twee weken na de eerste hielprik. Over de uitslag van dit tweede onderzoek krijg je altijd bericht.
Privacy
De persoonsgegevens en de medische gegevens van het bloedonderzoek worden opgenomen in een register waarop de Wet Persoonsregistratie van toepassing is. De gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor deze zijn verstrekt.
Neonatale gehoorscreening
Je zingt liedjes en praat lieve woordjes tegen jouw pasgeboren baby, maar hoort jouw kleintje je eigenlijk wel? Kinderen die zachte geluiden op alle toonhoogten niet goed horen, missen de voorwaarde om op een spontane manier te leren praten. Om te bepalen of jouw kindje goed hoort, krijgt het in de eerste levensmaand een gehoortest.
In de eerste maand
De zogeheten Neonatale Gehoorscreening wordt in de eerste levensmaand afgenomen om een eventuele gehoorstoornis al op zeer jonge leeftijd te ontdekken. Tot voor kort werd bij baby’s van 9 maanden een gehoortest afgenomen. Uit onderzoek blijkt echter dat de behandeling van een gehoorstoornis het meest effect heeft als hier al voor de leeftijd van zes maanden mee begonnen wordt.
Hoe verloopt de test?
Je baby krijgt een klein dopje in het oor of drie plakkertjes rondom het oor. Deze zijn verbonden met een meetapparaatje dat het gehoor van je baby meet. Beide oortjes worden apart getest, wat hoogstens enkele minuten duurt.
De testresultaten worden direct met je besproken. Geeft de eerste test geen duidelijkheid, dan wordt een tweede afspraak gemaakt. De gehoortest kan twee keer worden herhaald. Geeft ook de derde test geen duidelijkheid over het gehoor van je kindje, dan wordt een onderzoek bij een audiologisch centrum geadviseerd. Het wil dan overigens nog niet zeggen dat je baby niet goed hoort. De meting kan mislukt zijn of er kan sprake zijn van tijdelijk gehoorverlies. |